Onweer.

onweerNooit was ik echt bang voor onweer. Maar wel speelde er altijd een soort angst. Een soort angst dat er iets zou gebeuren, wat waarschijnlijk nooit gebeurt. Ergens, diep van binnen wist ik wel hoe klein de kans is, maar altijd was er die angst van “wat als…?“. En die angst was er niet vroeger, en alleen bij onweer, maar die angst is er nu nog regelmatig, in alles wat ik doe. De angst dat er iets mis gaat, ik het verpest of machteloos sta. De angst tegenover mezelf, de angst tegenover de wereld.

Maar deze nacht was het anders. Deze nacht onweerde het, en wilde ik er graag naar kijken. Ik wilde het horen, wilde er van genieten. Deze nacht was ik klaar om het gevolg van “wat als…?” onder ogen te komen. Er gebeurde niets.

Nooit was ik bang voor onweer. Alleen maar voor “wat als…?”

Onvoorspelbaarheid

IMG_2539

Als ik er bij nadenk, wat ik overigens soms een tikje (of misschien wel meerdere tikjes) te veel doe, besef ik me ineens hoe snel de tijd eigenlijk gaat. Terwijl uren, minuten of seconden zelfs, me soms onbeschrijfbaar veel te langzaam voorbij kruipen, verbaas ik me er regelmatig over hoe snel een maand bijvoorbeeld om gaat. Of een seizoen. Want ineens is het al maart. En ergens doet het toch wel een beetje pijn om te merken dat, al had ik maar twee ‘echte’ voornemens, ik er tot nog toe maar één daarvan uit heb laten komen. Want nee, het boek heeft tot nu toe niets aan mijn leven veranderd. En dat is mijn eigen schuld. Maar toch vind ik 2014, al telt het nog maar drie maanden, al een best bijzonder jaar. Het valt me op dat, wat ik me ook in mijn hoofd haal, alles anders loopt dan gepland of gedacht. Soms positief, soms negatief, maar altijd onverwacht. Niets anders willen dan schrijven, maar geen fatsoenlijk woord op papier kunnen zetten. Of juist tijdens een moment waarop het niet handig uitkomt, een hoofd hebben wat overuren draait. Ik kan er geen pijl op trekken. Ik ben onvoorspelbaar, maar ik zou niet weten wat ik zonder die onvoorspelbaarheid zou moeten.

Bomen.

tumblr_lwxal6wgv21qceomqo1_1280

Tot kort geleden zag ik het niet. Viel het me niet op of ontweek ik het? Misschien liep ik er voor weg, wilde ik het gewoonweg niet weten? In ieder geval kwam het niet bij me binnen, en nooit viel het me op. Mijn zon was nooit meer dan een geel stipje in de verte, als ik het überhaupt al zag. Mijn maan was simpelweg een wit figuurtje met mijn sterren als wat puntjes daar omheen. Mijn zonsondergangen waren ‘gewoon’ wat kleurtjes en mijn glas was altijd halfleeg. Maar er is iets veranderd, er is iets gebeurd, al weet ik niet wat. Om over de oorzaak nog maar te zwijgen. Het was totaal ongepland, onbekend. En toch is het er nu. Ineens kan ik mijn zon wél zien, en geniet ik van ieder klein straaltje wat er van meekrijg. Toch valt het me nu ineens op dat de maan niet ‘zomaar’ een wit figuurtje is, en kan ik niet meer om de sterren heen. Sinds een tijdje geleden blijf ik tijdens een zonsondergang, het liefst zo lang mogelijk staan. En sinds kort weet ik dat, zelfs twee halflege glazen, bij elkaar tóch helemaal vol zijn. Sinds een tijdje komt het bij me binnen, zie ik het, en sinds een tijdje valt het me op. Nog steeds zie ik vaak bomen, op een totaal lege weg. Maar soms zie ik hoe mooi die bomen eigenlijk zijn, en zie ik dat niet, dan zal ik ze altijd proberen om te zagen.

Ik zag je.

ster

Zachtjes trok ik de deur achter me dicht, en begon te lopen zonder concreet doel. Iets wat ik uit mezelf eigenlijk nooit doe. Ik liep het trapje op en voelde die rust. Het was zo goed als donker nog, en ik zag alleen het water, golvend op het ritme waarop de auto’s over de brug reden, in de verte. Een man met zijn hond, even zwijgend als ik. Ik liep en zag het schemeren, de man met zijn hond verdween, ik was alleen. Nergens was de maan of zon te zien, geen sterren aan de lucht. Behalve die ene ster, die daar zo duidelijk scheen. En ik wist zeker dat jij het was.